Meditatie
Zeer begeerd
En Hij zeide tot hen: Ik heb grotelijks begeerd, dit Pascha met u te eten, eer dat Ik lijde…
Lukas 22: 15

Een opdracht van de Meester
Het Pascha vieren, Jezus ziet ernaar uit. Hij neemt het initiatief en treft maatregelen. Goede voorbereiding. Petrus en Johannes worden naar Jeruzalem vooruit gezonden. Duidelijke aanwijzingen. Een man ontmoeten ze met een waterkruik op zijn hoofd, achter hem moet ze aanlopen. Bij aankomst in de woning moet de vraag van de Meester gesteld waar de eetzaal is, waar Hij met Zijn discipelen het Pascha kan houden.
Alles niet rechtstreeks in aanwijzingen. Jezus weet van Judas’ plan tot verraad, de Paasmaaltijd mag niet worden aangegrepen tot het verraad, het Pascha zal niet wreed worden verstoord. Geen overval, het laatste Pascha in alle rust.
Christus zal Zich geheel vrijwillig en gewillig, op Gods tijd en wijze in grote liefde overgeven.
Petrus en Johannes gaan. In vertrouwen. Vertrouwen in de Heere Jezus. Op Zijn woord uitgegaan. Gevonden zoals gezegd, bereid zoals geboden.
Kenmerkend voor het geloof. Die het van de Heere verwachten…
Recht uit Zijn Hart
Bij de invallende avond is het tijd om het Pascha te houden. Jezus naar e zaal, met Zijn discipelen in de zaal. Lukas’ korte beschrijving is dat het uur voor het Pascha is gekomen en Jezus zit met de twaalf apostelen aan Tafel. De Heere Jezus doet een ontboezeming, laat Zich in Zijn hart kijken. Zijn enorme verlangen naar dit Pascha brengt Hij onder woorden. Voordat Hij gaat lijden en sterven wil Hij eerst ontzettend graag aldus met de Zijnen aan tafel te zitten. Jezus is erg open over Zijn diepste roerselen, Hij deelt Zijn diep verlangen met de Zijnen. Bewogen. Warm. Zeer Hartelijk.
Zijn verlangen. Hoe groot! ‘Ik heb met een begeren begeerd’. Oftewel: Ik heb heel sterk begeerd. In verband met Zijn aanstaand lijden. Dit Pascha vieren. Een bittere beker zal Hij tot de laatste teug moeten leegdrinken. Hij ziet er tegenop zoals in Gethsemané duidelijk zal worden: Mijn ziel is geheel beangst en ten dode toe bedroefd. Dit Pascha echter vreugde. Zijn zicht op de verlossing. De volkomen vreugde die Christus is voorgesteld. Straks in Zijn Koninkrijk drinken. Door het lijden tot de heerlijkheid.
Eten en drinken met Zijn discipelen. Ik heb grotelijks begeerd dit Pascha met u te eten. De rust, de geborgenheid, de gemeenschap in de intieme kring van Zijn discipelen. Straks is Hij dodelijk eenzaam, door allen verlaten. Het uiterste is dat ook God Hem zal verlaten. Vooraf dit samenzijn. Het naderend afscheid, het vloekhout, de begrafenis, dan de opwekking en de ten hemel opneming. Dit Pascha geeft Hij de diepe zin, rijk zicht op Zijn lijden. ‘Ik ben uw `Heil’, Borggerechtigheid. ‘Ik uw Paaslam’, ‘Mijn lichaam uw spijze’. ‘Ik uw Wijn’, ‘Mijn bloed uw drank’.
Met u: ze ruziën onder elkaar wie de meeste zal zijn, hun praktijk is Hem verlaten en Hem teleurstellen. De liefde is in Hem. Hij heeft ze ondanks hun vijandschap en liefdeloosheid lief.
Het is puur Zijn begeren en verlangen met en voor hen. Ze zullen het naderhand aldoor gedenken en nooit meer vergeten. Ze zullen bij voortduur Hem gedenken.GH Hier de instelling van het Heilig Avondmaal. ‘Uw zaligheid is Mijn zaak’. ‘Mijn bloed reinigt van alle zonden’. ‘Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood hadt moeten sterven.’ Wonderlijk, een wonder, een wonder, waar Jezus aan de tafel brengt en doet eten en drinken: mijn Jezus eet met de grootste van de zondaren.