Meditatie

 

 Hersteld Hervormde

Gemeente Rehoboth

 

 

 

Email: rehoboth-voorschoten@hotmail.com

HHK Voorschoten

© 2007-2018 • Privacy Policy • Terms of Use

MEDITATIE

Hartgrondig bidden


Maar hij riep zoveel te meer: Gij Zone Davids! ontferm U mijner. En Jezus stilstaande, zeide dat men hem roepen zou!
Markus 10: 48b-49a


Een hoopje ellende. Bar-timéüs. De man is blind en arm. Hij schuifelt vast en zeker vaker naar de uitgang van de stad Jericho om zijn hand op te houden, hij is tot de bedelstaf veroordeeld. De weg erheen zal hij wel kennen, het vergemakkelijkt zijn gaan, maar het maakt zijn ellende niet minder. Daar zit hij, wachtend op voorbijgangers. Naar de mens gesproken kan het financieel voor hem een topdag worden, er is namelijk een grote menigte op de been. Een centje van deze, een muntje van gene, vele kleintjes maken een grote!


De drukte verklaard
De vraag is wat er aan de hand is. Wat veroorzaakt ineens die enorme toeloop en drukte? Omdat het Pascha binnenkort gevierd wordt hoeft meer voetvolk dan normaal niet te bevreemden, maar nu is het wel abnormaal druk bij de in- en uitgang van de stad. Heel veel mensen komen de stad uit, verlaten Jericho om de weg naar Jeruzalem te lopen. Waarom zoveel? Bar-timéüs krijgt het twoord. Een verlossend Woord! Hij verneemt dat Jezus de Nazaréner de palmstad verlaat, Hij trekt de aandacht en voor Hem is veel volk op de been.


De Naam gebruikt
De naam Jezus de Nazaréner is niet tegen dovemansoren gezegd, die naam wordt buitengewoon goed ontvangen. De Naam Jezus is er om aangeroepen te worden en de blinde Bar-timéüs onderkent dat, hij identificeert de Voorbijganger uit Nazareth Schriftuurlijk en Geestelijk. Deze Jezus is niet zomaar Iemand. Neen, Hij is de Zoon van David, Hij is de Messias, de Naam brengt heel wat bij de blinde bedelaar teweeg en maakt veel los. Hij begint te roepen, hard te roepen: Jezus, Gij Zone Davids! ontferm U mijner! Een hartenkreet. Noodgeschrei. De eerste en de laatste Hulp aangeroepen en ingeroepen. Op deze Jezus was het wachten, de mare gaat het land door dat Hij zieken genas, kreupelen oprichtte, blinden het gezicht gaf, deze Man is de van God beloofde Messias. Zijn ontferming is noodzaak en hoofdzaak. Een aanhoudend geroep komt van de kant van de weg.


Staak uw geroep
De meelopers met Jezus zint deze manier van doen niet. Ja, meelopers zijn het, de volgelingen die hun ongenoegen laten blijken kun je moeilijk volgelingen noemen, laat die aanduiding maar voor Bar-timéüs gereserveerd zijn die met zijn heldere kijkers Jezus heeft gezien en Hem dan gaat volgen. Velen spreken Bar-timéüs vermanend toe, zij bestraffen hem, afgestraft vanwege zijn luidkeels vragen naar Jezus! Zijn er onderweg velen genezen, deze blinde bedelaar is het niet gegund. Jezus moet niet worden gestoord, de feestvreugde duldt geen oponthoud, geen bederf onderweg, Bar-timéüs moet zwijgen. Een harde werkelijkheid in het geloofsleven: altijd weer willen ‘duivel, wereld en eigen lees’ van Jezus weghouden. In plaats van aanmoedigen juist ontmoedigen! Jawel, ‘twist met mijn twisters, Hemelheer’, ga mijn bestrijders toch te keer…!’


Niet minder maar meer
De blinde Bar-timéüs laat zich niet van de wijs brengen. Hij volhardt in het gebed. Het lijkt wel een extra stimulans. Er staat immers: ‘maar hij riep zoveel te meer’. Een prachtig getuigenis. Een kind in echte nood. Het is menens. Het geroep staakt hij niet maar hij zet nog eens extra aan. Hij heeft Jezus’ ontferming nodig, broodnodig. Dát is tot de hórende Jezus gezegd. Die heeft hem allang gehoord. Reken daarop en reken daarmee. Hij wist het wel, ook toen Bar-timéüs nog geen kreet geslaakt had. Maar Hij neigde Zijn oor niet meteen, Hij riep hem niet direct.


En de Heere verhoorde en antwoordde
Maar op het moment dat de mensen de bedelaar onder handen nemen om er het zwijgen toe te doen en hij des te harder begint te schreeuwen, blijft de Heere Jezus staan om te bevelen dat hij bij Hem moet komen. En dat hoeft Bar-timéüs niet twee keer te worden gezegd, dat laat hij zich graag gezeggen. Hij gooit de mantel weg, hij springt op, haastig en nederig begeeft hij zich naar de Heere Jezus. Waar de Heere de vraag stelt wat Hij voor de blinde kan betekenen, waarmee is hij door Hem geholpen. Dat is geen moeilijke vraag, daarop heeft hij meteen zijn antwoord klaar. Met diep respect voor zijn Meester erkent hij er baat bij te hebben te kunnen zien. Jezus verhoort zijn bede, Hij geeft hem het gevraagde gezicht. Bar-timéüs ziet de Heere Jezus en staat oog in oog met Hem. Het zien van Jezus, het zien op Jezus krijgt een schitterend vervolg: Bar-timéüs verlaat de openbare Dokterspraktijk van de Heere Jezus niet maar hij volgt Jezus op de weg. Meesterlijk werk, en blinde man die beseft bij de Zone Davids te zijn, ik heb Jezus gezien van aangezicht tot aangezicht, en hij volgde Hem.


Volhard in het gebed
De evangelist Markus die deze bijzondere geschiedenis van deze met name genoemde blinde bij de uitgang van Jericho vertelt bewijst ons een goede dienst. Hij biedt ons magistraal onderwijs aan, hij vertelt in geuren en kleuren dat het waar is: ‘Bid en u zal gegeven worden’. Ja, wie bidt, die ontvangt, ook al kan het best even korter of langer duren dan we wensen. Volhouden. Volharden in het gebed. Blijven kloppen. De Heere is wijs en handelt rechtvaardig. Hij heeft er Zijn gegronde redenen voor om het antwoord op te houden. We hebben last van binnenpraters, we ondervinden hinder van omstanders en betweters, liefdelozen en harteloze, maar hoofdzaak is wat God zegt: ‘Roept Mij aan in de dag van de benauwdheid en Ik zal u uithelpen!’ Zolang het uithelpen geen feit is, zolang de benauwdheid voortduurt, wanneer de beklemming groter wordt en de tegenstand feller, dan toch blijven roepen, het geroep niet staken, nog intenser en inniger bidden, totdat het antwoord er is, totdat Hij er is. Gods goedertierenheid wijst geen enkele roepende ziel af en ontzegt geen smekeling of boeteling het gehoor van zijn gebed.